
Aanvullende dekkingen voor uw autoverzekering
- Een rechtsbijstand voor personenauto’s
- Een schade-inzittendenverzekering
- Een ongeval-inzittendenverzekering
Rechtsbijstand voor autoverzekeringen
Er zijn twee manieren waarop je je kunt verzekeren bij rechtsbijstand. U kunt kiezen voor verhaalsrechtsbijstand of u kunt kiezen voor verkeersrechtsbijstand. Hieronder leggen wij aan u uit wat de verschillen zijn:
Wanneer uw auto verzekerd is op basis van alleen WA of WA + beperkte casco. Dient u bij schade zelf de tegenpartij aansprakelijk te stellen. Wanneer u kiest voor een verhaalsrechtsbijstand zal deze voor u dit werk doen. Auto’s met een allrisk -dekking hoeven deze dekking vaak niet af te sluiten omdat dan de verzekeraar dit voor de klant doet.
Indien u kiest voor een verkeersrechtsbijstand bent u veel uitgebreider verzekerd. Deze verzekering verzekerd alle juridische geschillen die voort uitkomen uit het verkeer. Het maakt niet uit waar u zich bevind of het nu in Nederland is of in het buitenland. Het unieke aan deze verzekering is dat het gehele verkeersrisico is gedekt. Contractuele fouten die leiden tot schade of ongevallen zijn dus ook gedekt.
Schadeverzekering voor inzittende ( s.v.i. dekking).
Deze aanvullende dekking verschilt op een aantal punten van de ongevallen-inzittendeverzekering. Allereerst is het de bedoeling om bij schade de bestuurder en de passagiers schadeloos te stellen voor de geleden schade. Het maakt hierbij niet uit wie er schuldig is.
U bent verzekerd voor:
- Schade door blijvende invaliditeit.
- Schade bij overlijden.
- Schade door gemiste inkomsten.
- Schade bij gemiste levensvreugd ( smartengeld).
- Schade aan zaken die behoren tot de particulieren huishouding.
Om de s.v.i. verzekering goed uit te kunnen leggen. Vindt u hieronder een toelichting hierop:
Januari 1993: Kettingbotsing op de A-52.
Op 1 januari 1993 botsten `s nachts in dichte mist op de A-52 nabij Arnhem een 33-tal auto's op elkaar. De ravage was enorm. Politie en hulpdiensten besloten daarom direct over te gaan tot het helpen van de slachtoffers. Hiertoe werden de wrakken van de betrokken voertuigen uit elkaar getrokken, zonder eerst situatieschetsen/-beschrijvingen te maken. Door deze werkwijze was het onmogelijk later het ongeval te reconstrueren en kon niet worden vastgesteld wie er aansprakelijk was voor de schade van de verschillende slachtoffers. Met uitzondering van enkele specifieke regelingen, is het principe van het Nederlandse schadevergoedingsrecht, dat de schadelijder dient aan te tonen dat hij inderdaad schade geleden heeft, wat de omvang van zijn schade is en wie er voor het ontstaan van die schade verantwoordelijk/aansprakelijk, dus schadevergoeding plichtig is. Bij het A-52 -ongeluk dreigden de slachtoffers hun schade nergens te kunnen verhalen. Want hoewel op zich wel vaststond dat iemand anders aansprakelijk was voor de schade (de slachtoffers zaten in voertuigen die door andere voertuigen waren aangereden), was het voor hen praktisch onmogelijk aan te tonen wie er nu precies verantwoordelijk was voor de door hen geleden schade. Hun vorderingen waren gedoemd te stranden op bewijsonmacht. Op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Automobielassuradeuren (NVVA) troffen de betrokken verzekeraars een regeling, die vergoeding van de letselschade van de slachtoffers waarborgde. Een dergelijke, uitzonderlijke regeling zou niet nodig geweest zijn, indien de Schade Verzekering Inzittenden (SVI) op grotere schaal in de markt gelegen zou hebben.
Karakter van de SVI
Er zijn situaties denkbaar waarin een inzittende van de auto ten gevolge van een ongeval personenschade lijdt (lichamelijk letsel oploopt of komt te overlijden) en waarin geen aansprakelijke partij is aan te wijzen.
Gevallen waarin dit speelt zijn:
- Bewijsonmacht; het geval dus waarin iemand anders het slachtoffer schade heeft berokkend, doch het slachtoffer er niet afdoende in slaagt dit te bewijzen (het A-52 voorbeeld);
- Eigen schuld van het slachtoffer (bijvoorbeeld de bestuurder van een auto die ten gevolge van een eigen verkeersfout gewond raakt, hierbij dient ook aan eenzijdige ongevallen te worden gedacht);
- Overmacht (bijvoorbeeld de plotselinge, onverwachte harde windstoot op een fraaie zomerdag, waardoor de auto van de weg raakt).
In deze gevallen kan het voorkomen dat het slachtoffer met (een deel van) de door hem geleden schade blijft zitten. Het is dus mogelijk dat het slachtoffer ten gevolge van een verkeersongeval in een financieel aanmerkelijk nadeliger positie komt te verkeren. Te denken valt aan:
- Wegvallen van een arbeidsinkomen;
- Kosten verbonden aan verpleging en herstel;
- Schade die nabestaanden kunnen lijden door het wegvallen van de kostwinner.
De OVI-uitkering zal dit financiële nadeel in lang niet alle gevallen kunnen opvangen. De SVI-uitkering zal hiertoe veelal wel in staat zijn.
Werking van de SVI
De werking van de SVI is in feite heel eenvoudig. Indien een verzekerde ten gevolge van een verkeersongeval schade lijdt, claimt hij deze schade bij de eigen SVI-verzekeraar (de SVI biedt een primaire dekking). Deze zal de schade rechtstreeks met het slachtoffer afwikkelen.
De SVI biedt voor slachtoffers duidelijk een aantal voordelen
- Ook in gevallen waarin niet duidelijk is wie er voor de schade van een verkeersslachtoffer verantwoordelijk is, het slachtoffer zelf (deels) schuldig is aan het ontstaan van zijn schade, er niemand verantwoordelijk gehouden kan worden voor het ontstaan van de schade, of de schade werd veroorzaakt door een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer kan het slachtoffer een volledige vergoeding van zijn letselschade krijgen. Hij hoeft dus niet zelf voor (een deel van) zijn schade op te draaien.
- Een verkeersslachtoffer kan direct bij zijn SVI-verzekeraar melden dat hij ten gevolge van een ongeval schade heeft geleden, zodat de zaak zo snel mogelijk deskundig in behandeling kan worden genomen. Er gaat geen kostbare tijd meer verloren met het zoeken naar de aansprakelijke partij (of diens verzekeraar) en het aantonen van aansprakelijkheid.
- Eventuele bedenkingen van het slachtoffer tegen de assuradeur van de tegenpartij kunnen afwikkeling van de zaak onnodig nadelig beïnvloeden.
- Indien het ongeval in het buitenland heeft plaatsgevonden, heeft het slachtoffer niet alleen het voordeel dat hij rechtstreeks met zijn eigen verzekeraar zaken kan doen, maar tevens heeft hij de zekerheid dat zijn schade in ieder geval naar de normen van het Nederlandse schadevergoedingsrecht zal worden afgehandeld.
Naast de gebruikelijke uitsluitingen is ook geen dekking door: alcohol en drugs en bij het niet dragen van de veiligheidsgordel. Tevens is uitgesloten geld en geldswaardig papier.
ongevallen inzittendendekking (o.v.i. dekkingen)
In het verkeer gebeuren helaas veel ongelukken. Helaas blijft het niet altijd bij alleen materialen schade. Indien u deze aanvullende dekking afsluit zijn uw medepassagiers gedekt voor:
- Schade bij overlijden. ( rubriek A)
- Schade bij blijvende invaliditeit. ( rubriek B)
